Posts tonen met het label Philip Roth. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Philip Roth. Alle posts tonen

woensdag 17 september 2014

Philip Roth

  'Hier,' zei Theresa tegen me, en gaf me een plakje kauwgom.
  'Dank je,' zei ik.
  'Het is jouw stuiver,' zei ze, veelbetekenend. En toen tegen Fluke: 'Je ziet er niet naar uit dat je je overwerkt.'
  'Er begint weer een malaise. Lees jij geen kranten?'
  'Ik lees zat kranten,' antwoordde ze.
  'O jááá?' zei Fluke, en weer kijkt hij naar mij alsof ik haar tot die gevaarlijke gewoonte had gebracht.
  'Ik lees de Tribune,' zei Theresa. 'Ik lees de Sun-Times, en ik lees de Chicago Maroon, waar jullie hier waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebben.' Het laatste blad dat ze noemde was het studentendagblad van de universiteit.
  'Je bent een groot lezer,' zei Fluke.
  Verscheidene minuten lang stonden we tot onze knieën in het kielzog van die gedachtenwisseling. Theresa plukte het papiertje van haar plakje kauwgom, een handeling waar we allemaal overdreven veel aandacht aan besteedden.

Uit: Laat maar gaan

donderdag 27 maart 2014

Philip Roth

   Ik had iets te lezen meegenomen, net als vroeger wanneer ik in mijn eentje bij Pierluigi at. Doordat ik op mezelf woonde, was ik gewend onder het eten te lezen, maar deze avond legde ik de krant op tafel en keek ik in plaats daarvan om me heen naar de mensen die op de avond van de 28ste oktober 2004 in New York hun maaltijd gebruikten. Een van 's levens belangrijke genoegens: vreemden die samen het droombeeld van menselijke eendracht voeden door samen in een goed restaurantje te zitten eten. En ik was een van hen. Nogal laat om aan zoiets gewoons zo veel belang te hechten, maar dat deed ik.
   Pas bij mijn koffie vouwde ik mijn krant open, het laatste nummer van The New York Review of Books. Die had ik sinds mijn vertrek uit New York niet meer gezien. Ik had er geen behoefte aan gehad, ook al was ik er vanaf de introductie in de vroege jaren zestig op geabonneerd geweest en had ik er in die eerste jaren zo nu en dan voor geschreven. Toen ik onderweg naar Pierluigi de kiosk passeerde, ving ik een glimp van de bovenkant van de voorpagina op, waarop boven een stel karikaturen van de presidentskandidaten  van David Levine een bandelier prijkte waarop in grote letters SPECIAAL VERKIEZINGSNUMMER stond gedrukt – en eronder, boven een lijst van een tiental medewerkers, de woorden 'De verkiezingen en de toekomst van Amerika' – en ik had de krantenverkoper vier dollar vijftig betaald en het blad meegenomen naar het restaurant.
  
Uit: Exit geest