Posts tonen met het label Adriaan van Dis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Adriaan van Dis. Alle posts tonen

maandag 19 januari 2015

Adriaan van Dis

Maar wie kent La Grande Épicerie du Bon Marché bij nacht? Als de voorraad wordt geteld en werkers uit de buitenwijken de schappen vullen – dunhuidig als ik ben, zie ik dat aan, in het besef dat bukken van alle tijden is. Nog later komen de krantenmannen bijeen, die tot diep in de nacht onder de luifels dagbladen en tijdschriften sorteren. Het is dan een komen en gaan van scooters en auto's die de stapels weer naar de buurtkiosken rijden. Soms blijven de schappenvullers hangen en klinkt er muziek uit een gettoblaster. Ik loop wel eens langs, zo tegen twee, drie uur 's nachts, als ik het te laat heb gemaakt. (Overkomt me alleen in Parijs waar het chic is na tienen aan tafel te gaan.) Na een slok te veel durf ik een krant af te troggelen en een praatje te maken. Laatst nog, met een jongen die tussen de kranten stond te swingen. Hij vroeg me om een sigaret. 'Helaas, ik rook niet meer,' zei ik. Ook zijn collega's zaten zonder tabak.
  
Uit: Stadsliefde – Scènes in Parijs

maandag 21 juli 2014

Adriaan van Dis

Ondanks zijn zorgvuldige wijze van kleden was Mulder een onzichtbare man in zijn buurt, of misschien dankzij, want er viel niets op hem aan te merken. Zo was hij al honderden keren het plein voor de kerk overgestoken en nog nooit had iemand hem aangekeken, maar met de hond naast zich voelde hij ineens alle ogen op zich gericht. Niet de trilstaart trok de aandacht, een gehavende staak in de ochtendwind, nee, ze keken naar hem, naar een meneer die net deed of hij er niet stond omdat hij zijn hond brutaal op het plein liet kakken. Geen zakje of krant bij de hand natuurlijk. Bij de kiosk knikten al twee dames zijn kant uit. En ja hoor, de hond ging ook nog eens uitgebreid plassen. Een gele rivier slingerde om zijn schoenen. De dames stootten elkaar aan. Ja, ja, kalm maar, hij zou meteen een krant kopen om de rommel op te ruimen. De conservatiefste uit het rek, een pleitbezorger van orde en fatsoen, om het hele plein te laten zien hoe netjes hij was. Hooghartig betaalde hij de kioskhouder, de schouders breed voor kritiek, maar de dames traden zijn hond allerhartelijkst tegemoet: 'Daar is ie dan.' 'Ben je daar eindelijk!' Ze bogen blij voorover en lieten zich met gekwispel begroeten.

Uit: De wandelaar