vrijdag 7 november 2014

Tomas Lieske

   Normaal toch: de krant was van hem; mijn moeder had er geen tijd voor en wij lazen alleen de strip van Zepertje en wij zagen de woede, de spetters van afkeuring, de plotselinge scheurpartij na vijf minuten muisstil lezen, wij hoorden de grommen, de kreten en de stampen als hem iets beviel, wat voor ons allemaal eersteklas theater was, waar we bewonderend met open mond naar zaten te kijken. Het begon ermee dat hij alles op tafel opzijschoof, de krant neerlegde en hem met spuug op zijn vingers openvouwde en dan zeker vijf minuten besteedde aan het gladstrijken van het papier en als er vlekken op zaten, of als de regen natte plekken had achtergelaten, of bij misdrukken, dan begon hij te bekketrekken en te sputteren en hij bromde angstaanjagende dreigementen dat ze ervan zouden lusten en dat hij die slordigheid op het abonnementsgeld zou inhouden. Lag de krant als een gestreken verpleegstersschort voor hem, dan was het wachten op de eerste klap of op zijn hand die een punt vatte, ermee zwaaide waardoor de hele krant weggleed of door de kamer fladderde en dan klauwde hij de hele boel weer bij elkaar en vanaf dat moment was de krant verfrommeld en staken de bladen in eigenwijze punten omhoog, die dan wel werden platgeslagen maar die nooit wilden gehoorzamen en die als op afspraak omhoog bleven wippen, klap plat, grinniken, hup weer omhoog.

Uit: Alles kantelt

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen