maandag 2 februari 2015

Marek Nowakowski

Illegaal drukwerk

Van onderen dringt er water binnen. Ik dacht dat het aan de portieren lag. Ik heb ze met rubber afgedicht. Maar het lekt nog steeds. Misschien zit de bodem vol gaten. Op dagen dat het regent vormen zich plassen. Hij moet naar de garage. Laten ze hem maar nakijken. Ik breng hem wel naar Stasiek. Dat is een betrouwbaar vakman. Maar voorlopig moet ik door blijven rijden. De rekeningen stapelen zich op.
De vrouw had van de autofabriek een berg oud papier meegebracht. Ze wilde de kranten uitspreiden op de schappen in de kelder. Daar was het ook vochtig geworden. Er had een pijp gelekt en voordat de woningbouwvereniging erbij gekomen was, waren er twee maanden verstreken.
Voor mij was het gewoon papier. Ik had terloops gekeken. Het waren bulletins, uitgegeven door het bedrijfscomité van de Partij bij haar op het werk. Al tijdens de staat van beleg. Ik herinner me de datum nog. Ik had geen zin gehad ze te lezen. Een mens is moe na een hele dag werken. Wat word je er trouwens wijzer van? Niets.
Maar 's ochtends kreeg ik een idee. Ik spreidde een paar kranten uit op de bodem van mijn auto en gooide er een stuk of vijftien in de kofferbak. Ter vervanging, voor als de oude nat waren geworden. Die zou ik er dan uitgooien en er droge voor in de plaats leggen.
Zo was het begonnen. Op maandag. Een ongeluksdag. In de taxibranche houden we met dat soort bijgelovigheid rekening. Het begin, de eerste rit dus, zou niets goeds brengen. Dat had ik direct al gedacht.
Mijn passagier wilde dat ik hem naar het Zawiszaplein bracht. Vier controleposten op de route had ik uitgerekend. We reden. Mijn passagier had haast en ik had zo het vermoeden dat hij meer zou betalen dan het tellertarief. Bij de tweede controlepost werden we aangehouden. En hoe! Ze stortten zich op de auto als van hun lijn losgelaten honden. De oorzaak was een stuk papier geweest dat uit de auto had gehangen. Ik had het niet netjes onder de voorste zitplaats gelegd en bij het dichtslaan van het portier was de helft van een bulletin buiten blijven steken. Gedrukte woorden hadden hun ogen geprikkeld en ze hadden ons meteen aangehouden.
Ze bevalen ons uit te stappen en tegen de muur te gaan staan. Mijn passagier moest er ook aan geloven. Met twee man kropen ze de auto in en doorzochten hem. Ze trokken de bulletins onder de matten vandaan; openden de kofferruimte en haalden mijn voorraad er ook uit.
'Illegaal drukwerk,' zei een van hen, terwijl hij een bulletin van alle kanten bekeek.
'Maar heren toch!' zei ik. 'Illegaal?! Hoe komt u erbij?'
'Oftewel vijandelijke propaganda.' Hij luisterde helemaal niet naar me. Zo blij was hij met zijn vangst.
Ik wees het hem dus aan. Het stond er zwart op wit. Bulletin van het bedrijfscomité der Poolse Verenigde Arbeiderspartij.
'Ziet u dat niet?'
'Wij kennen die foefjes,' ze hij. 'Om herkenning te voorkomen worden er allerlei dekmantels gebruikt.'
Ik kijk. Meteen al op de eerste pagina staat een artikel onder de kop: 'De rol van de partij in de nieuwe politieke situatie'.
'Kijkt u zelf maar!'
Hij riep er een ander bij. Ze begonnen te lezen.
'Dit is geen zuivere koffie,' zei de eerste en hij spuugde op de grond.
'Op de een of andere manier stinkt het zaakje,' voegde de tweede eraan toe.
Hoe moest ik het duidelijk maken? Ik sloeg de pagina om en vond weer een goede kop: 'Het is afgelopen met de antisocialistische subversieve acties van Solidarność'. Met drie uitroeptekens. De woorden waren in grote vette letters gedrukt.
'Ziet u dit dan niet?'
Een half uur had dit stomme spelletje nu al geduurd. Ze werden wat milder. Maar toen beten ze zich vast in een zinnetje helemaal onder aan de eerste pagina: 'Voor interne doeleinden'.
'Intern,' beweerde een van hen, betekent alléén binnen de fabriek. Maar u heeft het naar buiten gebracht! Dat is toch zo?'
Ik wist hier niets meer tegen in te brengen.
Ze namen alle oude kranten in beslag. Noteerden mijn persoonsgegevens. Die van mijn passgier ook. Woedend was hij. Hij had immers haast. Eindelijk lieten ze ons gaan. M'n eerste rit! De hele dag zou het nu zo verder kunnen gaan. Een ding was zeker. Al het oud papier mijden als de pest. Het was gevaarlijk spul!

Uit: De kanarie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen